Nieuws

Een dominee heeft alleen maar vrije tijd

Plaatsingsdatum: 30 oktober 2020

Een predikant dient en verricht geestelijk werk. Maar hoe zorgt een dominee voor de eigen ziel? Ds. Cor Baljeu in gesprek met zijn Zwolse collega’s ds. Gerlof van Rheenen, ds. Hélène Evers en ds. Hans Tissink over hoe zij zich geestelijk opladen. 

De titel van dit artikel is een uitspraak van de Deense en in 1944 door de nazi’s geëxecuteerde predikant Kaj Munk. De laatste vier woorden vormen de titel van een boek geschreven door ds. Nico ter Linden. Ik kreeg dit boek van een goede vriend bij bevestiging en intrede, Vaderdag 2011. Het was het eerste boek dat ik na die gedenkwaardige dag las, want met name de neventitel maakte mij als beginnend predikant nieuwsgierig: ‘…een dominee over zijn vak.’ Ieder gewoon mens moet werken, maar een dominee is daarvan vrijgesteld, die heeft alleen maar vrije tijd om te preken en om te herderen: zieken bezoeken, dopen, huwelijken inzegenen, begraven. Een dominee gaat om met verwachtingen en uiteenlopende verlangens van gemeenteleden, die mailt, appt, vergadert, geeft leerhuizen, legt bezoekjes af … en o ja, er moet ook nog aanstaande zondag een mooie kerkdienst plaatsvinden. Al deze activiteiten, verwachtingen en verlangens kunnen de predikant wegtrekken van de eigen kern, tenzij zij zich tijdig geestelijk (laten) opladen en zo zorgen voor de eigen ziel, want voordat je het weet ben je geestelijk uitgeblust: burn-out!

Kick Bras schrijft in het boek Werken met spiritualiteit dat de pastor in zijn grondhouding drievoudig vrij moet zijn: voor God, voor de mens, voor zichzelf. Vrijheid is nodig om in het ambt te kunnen functioneren, anders verwordt ambt-dragen tot last-dragen, want de pastor is aan niemand notie verschuldigd dan aan de eeuwig Levende. Deze drievoudige vrijheid ligt als een raster op de verhalen van mijn gewaardeerde collega’s – ds. Gerlof van Rheenen, ds. Hélène Evers en ds. Hans Tissink – aan wie ik de volgende vragen voorlegde: Hoe laden jullie je op? Hoe zorgen jullie voor eigen spiritualiteit? Lukt het jullie het werk vrij te kunnen doen? Welke randvoorwaarden zijn daarvoor nodig?

Vrij voor God
Gerlof begint iedere werkdag met gebed. Hij bidt dan om leiding, mediteert rond een Psalm en een andere Bijbeltekst. Het zet hem stil bij de Bron van waaruit hij werkt, bij wat hij die dag mag doen en bepaalt hem bij de motivatie ‘waarom hij doet wat hij doet’. Komt het er niet van, dan merkt hij vaak dat hij die dag ergens in vastloopt.
Hélène ziet een parallel met de sabbat: ‘rusten is meer dan ophouden met werken. Het is ook genieten van het werk dat je hebt gedaan, daarbij stil te staan. De Heer zag dat het goed was, daarom neem ik ook tijd voor de HERE God en het leven met Hem en met elkaar.’ Hans begint de dag op een vaste plek, leest dan een korte mystieke tekst en mijmert daarover. Ook hij gebruikt het woord genieten: ‘ik geniet op dat moment’. Hij laadt zich op aan meditatieve oefeningen, maakt soms notities van zijn zielenroerselen. Soms wandelt hij langzaam buiten en kijkt met aandacht naar alles wat is. ‘Luisteren naar mooie muziek kan mijn ziel ook erg verkwikken. Bach slaat inderdaad de maat der engelen, die lieve lange dag (NLB 737: 18, C.B.). Het geeft me energie voor de dag. Zo ontwikkelt zich in deze woelige coronatijd mijn hart voor God.’

Ds. Hélène Evers: ‘Rusten is meer dan ophouden met werken. Het is ook genieten van het werk dat je hebt gedaan.’

Vrij voor de mens
‘Als predikant geef je veel, maar door dat geven ontvang je ook veel,’ aldus Gerlof. ‘Je geeft betrokkenheid, belangstelling en meeleven in de omstandigheden van anderen, je draagt kennis en inzicht over in kringgesprekken en diensten enzovoorts. Vaak ervaar ik die geef-momenten tegelijkertijd als ontvang-momenten. Wanneer een gesprekspartner in het pastoraat open is over belevingen en worstelingen, dan ontvang ik als pastor vertrouwen. Wanneer ik in een kring iets over Bijbelse achtergronden vertel, ontvang ik van de kringleden gedeeld verlangen om meer te weten te komen. Wanneer ik een dienst leid en ik merk dat gemeenteleden goed luisteren, dan ontvang ik als voorganger bevestiging in het bekleden van het ambt.’
In haar tijd voor God neemt Hélène in haar gebed ook de ander mee. ‘Ik bid dan voor mensen, maar ook voor taken en opdrachten. Vaak komt er dan iets in mijn gedachten waarvan ik zie dat dit relevant is, terwijl dit door alle drukte wat op de achtergrond was geraakt. Afstand nemen ordent zo en helpt je te zien wat echt belangrijk is, terwijl de drukte soms het zicht belemmert op wat er echt toe doet. Een goed gesprek, een ontmoeting of een goed overleg laden mij ook op.’
Door de hoeveelheid en vooral de diversiteit van het werk kan Hans bij wijze van spreken in ademnood komen. De coronacrisis dwingt hem met nieuwe ogen naar zijn werk te kijken. Er groeit bij hem verrassend genoeg ruimte om te herademen, waardoor hij zich kan focussen op de essentie van het predikantschap: zielzorg en eredienst. Zorg voor de eigen ziel van de predikant blijkt goed voor de ziel van de gemeente(leden).

Ds. Gerlof van Rheenen: ‘Als predikant geef je veel, maar door dat geven ontvang je ook veel.’

Vrij voor zichzelf
Gerlof vindt zijn vrijheid door grenzen te bewaken. Zijn werktijd is parttime, 50%. Het blijft opletten niet toch de hele week met werk bezig te zijn en daarom communiceert hij voortdurend welke weekdagen hij beschikbaar is. Als hij zondags geen dienst heeft in de Stinskerk of elders als gastpredikant voorgaat, gaat hij met zijn vrouw als gewone kerkganger naar een andere kerk. Zo is een vrije zondag ook echt een vrije zondag om weer op te kunnen laden.
Hélène neemt ruimte voor zichzelf door het lezen van een mooi boek. ‘Dit kan een studieboek zijn, waarbij mijn verstand en zo ook mijn geloof wordt gevoed, of een psalm, die je hart raakt, of een mooi boek over kunst en soms zelfs bij een mooi kookboek. De natuur, een museum, een dagje uit met een vriendin. Ook schilderen is voor mij een heerlijke ontspanning om weer op te laden. Al wandelend of fietsend gaan gedachten ook dwalen, zie ik de prachtige natuur die Zwolle rijk is en gaan mijn gedachten zomaar over in een loflied voor de Heer. De Heilige Geest kan op die momenten ruimte krijgen in mijn geest.’
‘De coronatijd ontregelde het werk’, zegt Hans. ‘Het noopte mij contact op te nemen met een wijze geestelijk begeleider. Deze adviseerde mij om daar eens met aandacht naar te kijken. Dat deed ik. Stap voor stap verkende ik in deze gekke crisistijd de gevoelens in mijn ziel. En het bracht me wonderwel een stukje dichter bij de Onuitsprekelijke. Juist rust en stilte zijn zo onontbeerlijk voor ieder mens, dus ook voor voorgangers.’

Ds. Hans Tissink: ‘Zorg voor de eigen ziel is goed voor de ziel van de gemeente.’

Concluderend
Voor God, voor de mens, voor zichzelf. Het zijn fluïde grenzen en overlappen elkaar. Zo geeft Gerlof aan dat hij het werk voor de mens, ook voor zichzelf doet, want hij ontvangt tijdens het geven. Hélène voelt zich rijk als ze tot God bidt. En Hans geeft aan dat zorg voor de eigen ziel, goed is voor de ziel van de gemeente. Het belang voor geestelijke zorg van de predikanten is dus groot, erg groot, wil hij/zij het werk in vrijheid kunnen doen. Als die vrijheid afwezig is kunnen zij geen geestelijk werk verrichten, want gebonden kan de Geest niet werken. De predikanten weten zich tegelijk afhankelijk van God. Vrijheid is dus niet grenzeloos! Het contact met Hem wordt gezocht via de weg van gebed en meditatie, een mystieke weg. ‘Bidden en mediteren vormen een inoefening van die mystieke weg en openen een weg naar persoonlijke geloofsverdieping, die onmisbaar is bij de uitoefening van een pastoraal beroep’, aldus emeritus praktisch theoloog Gerben Heitink in zijn Handboek Praktische Theologie (2000, blz. 306). Zelf wil en kan ik niet zonder consistoriegebed, uitgesproken door de ouderling van dienst. Door de stem van de ander, weet ik mij gedragen! En weet ik ook weer, om een oud-collega van ds. Hans Tissink te citeren: ‘… dominee? Dat is het mooiste beroep van de hele wereld!’

Terug naar nieuwsoverzicht