Werelddiaconaat in onze adventstijd

Meditatie

Wij hebben de neiging om te kijken naar de dingen die opvallen. Dat is iets puur menselijks. Het grote, opvallende van dit moment is natuurlijk het rondwarende virus. Bijna een heel jaar lang geen handen geven. Afstand bewaren. Zorgen dat je niet besmet wordt. Dat heb ik deze maanden wel eens als ,, Het jaar van de Corona” horen aanduiden. Dat is een negatieve, angstaanjagende manier om onze levens nu te beschrijven. En er zijn nog wel meer gebeurtenissen met negatieve, nare momenten in de kranten gekomen: Oorlogen, stormen, de Ontploffing in Beiroet. Een Amerikaanse president die denkt dat zijn wil wet is.

Je wordt van al die zaken haast depressief. Het zou eigenlijk wat positiever moeten gaan, dat praten over het bijna afgelopen jaar. Proberen het goede wat meer in het oog te houden. En er dan zelf ook wat opgewekter van te worden. Want er is nu eenmaal meer dan alleen de ellende.

Maar wat moet je dan voor positiefs zeggen?

Voor mij is een grote gebeurtenis dit jaar de uitreiking van de Nobelprijs voor de vrede geweest. Die prijs werd toegekend aan de landbouworganisatie van de VN. Vooral omdat die werkgroep de Wereldvoedseldag heeft uitgeroepen.

Het werelddiaconaat van onze Kerken heeft dit jaar de dag ondersteund. Er zijn door de kerkelijke ZWO-organisaties verschillende projecten opgezet om voedsel over zoveel mogelijk mensen te verdelen. Dan zijn het niet alleen de grote machtshebbers die te eten krijgen. Maar in die verdeling krijgen ook kinderen, straatmeisjes een eerlijke kans om te eten. Worden die kinderen geholpen om zelf ook de kost in de toekomst te kunnen verdienen.

Werelddiaconaat is al zo oud! In het slot van Handelingen 11 staat een verhaal dat zich afspeelt in Antiochië. Paulus en Silas zijn op hun zendingsreis in die stad in het huidige Turkije aangekomen. Op een zeker moment treedt de profeet Agabus op. Hij waarschuwt, van Godswege ingelicht, voor een komende hongersnood. De hele, toen bekende wereld zal er door getroffen worden.

Er is een opmerkelijke reactie op die profetie in deze jonge kerk waar Paulus preekt. De kerkmensen gaan niet moedeloos zitten treuren. Ze houden een collecte voor de Kerk in Jeruzalem. Maar ook voor de mensen om die Kerk heen. Deze eerste collecte voor het werelddiaconaat was op één ding gericht: Je neemt de zorg op je voor mensen die het minder hebben. Mensen die kort komen en bedreigd worden in hun bestaan.

Het wordt weer Advent. De komende zondagen gaat het over de Heer Die in de wereld komt. Alle narigheid in de kranten is het einde niet. Er mag de troost zijn dat God zijn wereld nooit los laat. In de adventtijd maar eens denken aan het komen van de Here Jezus. Immanuel, God met ons. Andere jaren kregen de kinderen (en ook veel ouderen) vouwdoosjes mee. Doosjes om te vullen met een dankoffer voor God met ons. En de opbrengst ging al die jaren naar het werelddiaconaat. Om ergens anders op de aarde iets op te bouwen.

Lang heb ik gedacht dat het werelddiaconaat iets van onze tijd is. Een Nederlands antwoord op de hulp die wij kregen na de watersnoodramp van 1951. In het ,, Jaar van de Vredesprijs voor Wereldvoedseldag” is het goed om te merken dat het Werelddiaconaat veel oudere wortels heeft. Diaconaal steunen van mensen die geen helper hebben, is een oud gebruik, een oude gewoonte in de Kerk. Het valt niet op – de kerken lopen niet de krantenredacties plat met uitgebreide verhalen om te publiceren. In alle bescheidenheid wordt er veel zorg geboden aan hulpbehoevenden. In eigen omgeving en wereldwijd. Een roeping om iets van de welvaart van ons land te delen met mensen die tekort komen.

Kees Meijer, voorzitter College van Diakenen.