“Mij ontbreekt niets…”

Meditatie

Het is zo’n zinnetje dat blijft haken: „Mij ontbreekt niets…“.
Betere gezondheid voor sommigen, of iets nieuws om te kopen.
Voor de bezoekers van „De Herberg“: een dak boven het hoofd en een warme maaltijd.

Terwijl ook wij nog vaak genoeg te weensn over hebben.
Wij hebben toch recht op een goed inkomen, recht op gezondheid, recht op geluk.

Psalm 23: mij ontbreekt niets.
De Psalm beschrijft een beeld van wat zich afspeelt in de omgeving van Bethlehem. De plaats waar David als zoon van een herder is opgegroeid.
Het is daar een woestijn. Niet een woestijn zoals we dat kennen uit tot’s of films over de Sahara: allemaal zand is daar.
Bij Bethlehem is het anders: een steenwoestijn, met grote en kleine stenen en rotsblokjes.

Grazige weiden. Jazeker, die zijn daar. Vooral na de regen-periode, dan groeit en bloeit de steenwoestijn. Maar later in het jaar zijn er alleen nog maar wat plukjes gras.
Rustige wateren: er sijpelt vaak genoeg water uit de krijtrots van een bergwand. Of het borrelt soms op tussen het grind.

Maar een goede herder weet waar het te vinden is: even grazen, en daarna weer verder trekken,
Even drinken en opnieuw in beweging
Mij ontbreekt niets….

Een diep dal vol donkerte, een keteldal waar de kudde doorheen moet.
Herkenbaar in het leven: er zijn van die momenten dat alles donker en somber lijkt. Een diep dal zonder een uitweg, zonder licht.

Uw stok en uw staf.
Het lijkt altijd weer erger te kunnen.
Zit het leven je tegen en waar is God dan, net als je Hem nodig hebt?
Moet je dat meemaken: zit het je tegen en ben je in een diep, donker dal en op dat moment vliegt het grint je om de oren.
Gaat het allemaal niet zoals je wilt en dan krijg je ook nog een por in je zij.

Maar door die  stok en die staf weet de kudde dat de herder in de buurt is.
Hij wipt met zijn staf een grint-steentje op en gooit het naar het schaap: loop door … volg de bocht …
Een por met de stok: blijf bij de kudde…

Tijdens de moeilijkheden mogen we weten dat God niet ver weg is, maar met ons meegaat.
Er is dat bekende gedicht over voetsporen op het strand. Een extra stel voetstappen, van God die met ons mee sjouwt. Terwijl we dachten alleen op weg te zijn.
Uw stok en uw staf troosten mijn: U bent niet ver van ons vandaan. U ziet naar ons om.

Mij ontbreekt niets….
Leven is niet altijd overvloed en luxe, maar we krijgen genoeg, want we krijgen wat nodig is.

David heeft als herdersjongen rondgelopen. En hij herkende dat beeld in zijn leven.
Het is altijd genoeg geweest om er niet onder door te gaan, genoeg om te bestaan.
Want God wist telkens weer wat dagelijks nodig is: brood, en melk.
En het luxe beleg? Dat is extra.

David kon er tevreden mee zijn: mij ontbreekt niets zingt hij in de Psalm. En zingt de kerk met hem mee.
Moed: je krijgt het soms voor je leven, in je leven.
Maar soms zijn de omstandigheden zo, dat de  moed groeit.

David schreef zijn gedicht bij de opstand van zijn zoon Absalom. Mooie naam trouwens., Absalom. Met een mooie betekenis: vader is vrede!
Maar wat bleek: Absalom had nog genoeg om te begeren. Hij begeerde het koninkrijk en de macht van zijn vader.

Soms gebeurt het: je kind gaat een andere weg op dan je als ouders zou willen.
Wat David meemaakte: zijn eigen kind staat tegen hem op en probeert hem alles af te nemen waar hij voor gewerkt had.
David moet vluchten: weg uit Jeruzalem en weg naar Jericho.
Volgens oude uitleg heeft David tijdens die vlucht Psalm 23 geschreven. Op de vlucht tijdens tegenslag en gevaar.
Juist op dat moment ziet David het beeld: God is mijn Herder, mij ontbreekt niets.
Het is Godsvertrouwen, wat David met zijn lied doorgeeft: het zal hoe dan ook toch wel goed komen, al gaat het anders dan je wenst en wilt.
David kan dan zelfs verdriet hebben om het lot van zijn zoon Absalom.

„Mij ontbreekt niets“ klinkt het lied van David.
Want God zorgt.
En met de kracht van God kan David verder.
En zo kan David iets betekenen voor de mensen om hem heen.

Misschien is dat het levensgeheim van mensen die diaconaal iets betekenen voor mensen met wie ze te maken hebben.
Omdat ze weten dat er aan hen niets ontbreekt. Want God zorgt.
En daarom kunnen zij diaconaal zorgen voor anderen: uitdelen van wat ze zelf gekregen hebben aan zegeningen.
Er ontbreekt ons niets.

Kees Meijer, voorzitter College van Diaken.