Jezus incognito voor en door ons

Meditatie

Het thema van de laatste uitgave van dit jaar van Gaandeweg (Verborgene die bij ons zijt) is de tekst van een lied dat in de loop naar Pasen vaak wordt gezongen. Vallen Kerst en Pasen dan op één dag? Een lastige, maar ook een spannende en uitdagende zoektocht.

Iemand die zich heeft verborgen, wil bewust niet worden gezien en wil onopgemerkt blijven. In het lied wordt gesproken over God die verborgen is, maar toch nabij is. Het lijkt een tegenstelling.

Het doet mij denken aan het kinderversje uit mijn kinderjaren, ‘Hoger dan de blauwe luchten en de sterretjes van goud, woont een Vader in de hemel die van alle kinderen houdt’. Dit vers suggereert  dat er een God die ver weg is, verder dan de sterren en de hemel, ver weg en onbereikbaar. Een onoverbrugbare kloof tussen God en mens.

Het is voor God een bewuste keuze geweest om die kloof met de komst van Jezus als de Messias te overbruggen. Dit doet Hij op een ongewone manier. Hij maakt andere keuzes die wij mensen zouden maken. Keuzes die voor ons minder logisch lijken of voor de hand liggend. Het is vaak een rode draad door de Bijbel heen.

Zo verkiest Hij tot Zijn volk een half nomadisch volk van waar later wordt gesproken dat het een weerbarstig en ongelovig volk is. Toch kiest Hij deze uit en blijft er trouw aan. En als je het geslachtsregister van Jezus doorleest, kom je namen tegen die bij ons niet door de ‘sollicitatieprocedure’ waren gekomen. Mensen met een vlekje die in onze tijd het mikpunt zouden zijn van de roddelpers en waar je eigenlijk niet mee gezien of vereenzelvigd wil worden. Te denken valt aan Juda die twee zonen krijgt van zijn schoondochter Tamar, w.o. Peres. Hij is een voorvader van Jezus. Dan is daar David die in het geslacht van Jezus wordt voorgezet door zijn zoon Salomo die hij heeft verwekt bij de vrouw van Uria. Beiden kunnen zich niet op edel gedrag laten voorstaan.

Die vreemde keuzes worden voortgezet in het Nieuwe Testament en dan ook met name in de geboortegeschiedenis van Jezus. God heeft zo zijn eigen criteria voor mensen die Hij uitkiest om Zijn heil het eerst te vermelden. Het zijn en het leven van de ‘gewone’ man is leidend. Het begint al met de locatie waar Hij de moeder van Jezus bezoekt. Zij woonde in Nazareth, een onbeduidende plaats in een gebied dat lag in een uithoek van het toenmalige Romeinse rijk. Als je van enige betekenis was of status wilde hebben dan ging je je daar niet vestigen. Daar in Nazareth kiest hij voor de jonge vrouw of misschien nog wel meisje, Maria. Maria blijkt echter een sterke vrouw te zijn. In haar lofzang zingt ze: ‘Hij toont Zijn macht en de kracht van Zijn arm en drijft uiteen wie zich verheven wanen, heersers stoot Hij van hun troon en wie gering is, geeft Hij aanzien. Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven, maar rijken stuurt Hij weg met lege handen’. Heldere profetische woorden van een sterke vrouw. Dietrich Bonhoeffer zegt over het Magnificat ‘Het is tegelijk het meest hartstochtelijke, wilde en – zou ik willen zeggen – meest revolutionaire adventslied dat ooit gezongen is. Niet de zachte, tere, dromerige Maria van de schilderstukken, maar de hartstochtelijke, meegesleepte, trotse, geestdriftige Maria spreekt hier’.

Iemand die in de geschiedenis rondom kerst wat onderbelicht en onderschat wordt is Jozef, de man van Maria. Hij wordt een rechtschapen, een deugdzaam man genoemd. Hij wilde Maria niet in opspraak brengen en wilde haar in het geheim verlaten, maar degene die verborgen was, bleek voor hem nabij. Hij kreeg een droom waarin hem werd gezegd Maria tot zijn vrouw te nemen. Het kind dat geboren zal worden, krijgt de naam Immanuel, God met ons. Een God die verbinding maakt. Door Maria tot zijn vrouw te nemen is Jozef een grote man in het Koninkrijk van God. In het laatste vers van Mattheus 1 waarin deze geschiedenis staat opgetekend wordt vermeld dat Jozef geen gemeenschap met haar had voordat zij haar zoon had gebaard. Dit doet weldadig aan in een tijd waarin trouw in relaties niet altijd even gewoon meer is. Wellicht is op hem van toepassing één van de zaligsprekingen ‘Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien’.

Dat God in de kerstgeschiedenis de boel omkeert blijkt ook uit de publieke presentatie van Jezus. Het is midden in de nacht, een niet zo voor de hand liggend moment. De toeschouwers zijn op z’n minst ook al bijzonder. De herders op het veld. Mensen die nog net goed genoeg waren om op de schapen te passen. Van hen wordt gezegd dat ze niet mochten getuigen in een proces. Mensen die gewoon niet meetelden en er niet toe deden. De outcasts van die tijd.  Zij waren de geringen die aanzien kregen. Later voegen zich bij dit gezelschap nog Simeon en Hanna. Mensen van wie ‘de kranten niet vol stonden’. Zij verwachtten de Messias en zagen uit naar de bevrijding van Jeruzalem.

Zo schreef en schrijft God zijn geschiedenis juist met ‘gewone’ mensen. De verborgene is nabij mensen die vermoeid, belast en rechteloos zijn. Mensen die op je pad komen, zij die honger hebben en die je te eten geeft, die dorst heeft en die je te drinken geeft, die je als vreemdeling opneemt, de naakte die je kleedt, die zieken bezoekt en de gevangene niet links laat liggen.

Als je in het Rijksmuseum de panelen bekijkt van de meester van Alkmaar waarop de werken van barmhartigheid staan afgebeeld zie je op al die panelen Jezus als de constante. Hij zelf deelt geen brood uit of kleedt de mensen die dat nodig hebben niet, maar dat doen de mensen die Hem volgen. Zij overladen hun naasten met gaven, delen wat voor handen is en geven iets van zichzelf. Deze beweging van Jezus is nog iedere dag onderwg. Doorgeven van tekenen van hoop. Mensen zien die in het leven van iedere dag verblijven in de Herberg van Zwolle. Ook zij willen een bevestiging van hun bestaan. God blijft Zijn geschiedenis schrijven met mensen. Zo doet Gods hand in de tijd tekenen van gerechtigheid en laat hij mensen opstaan als de maat van het onrecht vol is, mensen als Nelson Mandela, Martin Luther King enz. Mensen in de grote geschiedenis. Niet alleen mensen uit de grote geschiedenis tellen mee, maar mensen in de kleine geschiedenis doen daarvoor niet onder. De ’gewone’ man die door de stad loopt en een Herbergkrant koopt en die de verkoper laat merken dat ook hij een mens is die meetelt in Gods koninkrijk. Het gaat om de buurvrouw die naar een zieke buurman omziet, een jongere die actief wordt voor Hart voor Zwolle en het leven van mensen die zich overbodig voelen weer nieuwe glans en betekenis geeft.

Gods geschiedenis met mensen zal een einde hebben. Is en blijft Hij dan steeds de verborgene die niet opgemerkt of gezien wil worden, een status quo. In één van de Bijbelboeken stelt God zich voor als de blinkende morgenster. Als de nacht op zijn donkerst is verschijnt de morgenster. Een hemellichaam dat de naderende morgen aankondigt.

Een lied dat dit treffend vertolkt is de tekst van een vertaling door Willem Barnard:

Zo lang Gij nog onzichtbaar zijt,

een zon diep in de nacht,

roep ik uw nadering reeds uit

omdat ik U verwacht.

(lied 513, vers 5, Liedboek 2013)

Dit is geen zoethoudertje of opium voor het volk, maar een aansporing en stimulans om zolang God Zijn geschiedenis met mensen schrijft goede en rechtvaardige dingen te doen. Misschien vallen Kerst en Pasen toch op één dag. Het wordt feest, dat in ieder geval.

Wim van Ree, diaconaal consulent.