„Gezegend nieuwjaar” of „Tot zegen zijn in het nieuwe jaar”?

Meditatie

Op nieuwjaarsmorgen is het gebruik vaak om in de kerkdienst een schriftstuk over de zegen te lezen. Vrijwel altijd de Hogepriesterlijke zegen uit Numeri 6: „De Here zegene u en behoede u“.

Ik voel mij ook aangesproken door een ander verhaal. Het verhaal over de zegen aan Abram. In Genesis 12: 2 staat: „(Ik zal) u zegenen … en gij zult tot een zegen zijn“.
Een zegen is geen bezit, is niet een recht. Een zegen maakt niet dat je achterover kunt leunen en om je heen komt kijken.
Een zegen maakt dat je er iets mee gaat doen.
Voor Abram was de zegen een werk-opdracht: maak het verschil in de wereld door tot een zegen te zijn.

En als ik dat opschrijf, denk ik meteen: ik moet ook maar wat kritischer zijn op wat ik zelf doe. Het is zo gewoon geworden, dat het mij goed gaat.
Ik moet iets beter om me heen kijken als ik door de straten van Hanzeland loop. Want ik kom genoeg mensen tegen die het minder hebben.
Ik weet dat er mensen zijn voor wie er voortdurend zorgelijke dagen in de loop van het jaar zijn.

Bij het diaconaal vergaderen worden we nog al eens bepaald bij de verhalen over mensen die het minder goed hebben dan de meeste lezers van deze rubriek.
Daklozen, mensen in de bijstand. Zo maar een greep uit wat er aan diaconale hulp geboden wordt door de Kerk.
Er zijn ook de verhalen die verteld worden na het rapport over de kindertoeslag-fraude – die dus geen fraude was.
Er is het verhaal verhaal uit de gemeente Wijdemeren – dat eten kopen voor je kinderen maakt dat die kinderen veel meer aan boete en teruggave moet betalen…..

De politiek zal hier toch maar eens goed over moeten nadenken. Hoe kunnen ze dit mensen aan doen?

Diaconaat is helpen waar geen helper is, is ondersteunen.
Diaconaat is ook: wegwijzen door een oerwoud van regels en regeltjes, diaconaal Licht op de regels en regeltjes.
Maar Diaconaat is daarnaast óók de pijnplek kunnen aanwijzen.

Dat is het wezen in het verhaal van de zegen aan Abram. De Eeuwige zegent hem. Maar aan Abram wordt daarbij gezegd dat hij tot een zegen moet worden voor de mensen die met hem te maken krijgen.
Mensen rondom de kerk, merken die wel dat wij gezegende mensen zijn? Merken die wel dat wij van onze zegen kunnen uitdelen?

Ik hoop voor u, voor mij, dat na het jaar met de Covid-pandemie er voor ons allen een meer gezegend jaar zal komen. Een jaar dat het ons weer beter zal gaan. Een jaar dat mooie dingen laat zien omdat mensen er voor elkaar zijn. Omdat mensen elkaar helpen en steunen.

Gods aangezicht Dat, als we dat lezen of horen, uit Numeri oplicht over ons. En dat ook het komende jaar het licht is waaruit wij kunnen leven: zo moge het in de Priesterlijke zegen naar ons toe komen.
Een enorm voorrecht.
En een mooi geschenk voor wie onze naaste zijn.

Kees Meijer, voorzitter College van Diakenen.