Diaconale overdenking bij 2 Koningen 4:1-7

Meditatie

Praktisch Diaconaat.

De profeet Elisa zegt in dit Bijbelgedeelte twee dingen niet. Hij zegt niet “dat je zonen zullen worden opgehaald en als slaven worden meegenomen, dat is jouw probleem, jij hebt die schulden gemaakt en niet anderen”.
Ook zegt hij aan de andere kant niet tegen de vrouw “ga rustig zitten, ik maak het in orde en regel het wel met de schuldeisers, jij hoeft niets te doen”.
Wel vraagt Elisa aan de vrouw “Vertel me eens, wat hebt u nog in huis?”.
De profeet zegt dus feitelijk tegen haar “Wat kun je eventueel zelf bijdragen om je schuld te vereffenen”.  Er wordt eerst gekeken wat haar eigen mogelijkheden zijn. Vervolgens krijgt de vrouw de opdracht om zoveel mogelijk lege kruiken bij elkaar te halen. De vrouw en haar zonen moeten dus aan de slag en niet afwachten. Dus aan het werk. Er wordt echter niet het onmogelijke van hen gevraagd.
Als de vrouw weer thuis is, moet ze deuren sluiten en het kruikje olie leeg gieten. Het kruikje blijft stromen tot het laatste vat is gevuld. Ze moet dit niet buiten voor haar huis doen of op het plein, maar in de kamer van haar huis. Het is min of meer stille hulp van de profeet Elisa.

Wat is hiervan te leren voor het praktisch diaconaat en het leven van alledag?
Mensen in financiële of andere problemen niet gaan pamperen, maar kijken wat zijzelf letterlijk of figuurlijk in huis hebben. Het is goed om het niet van hen over te nemen, maar een beroep te doen op de eigen mogelijkheden.
Diakenen, diaconale werkers of ‘gewone’ gemeenteleden kunnen hen hierop wijzen. Ieder mens heeft gaven en talenten. Zij kunnen mensen aanspreken op hun kunnen, hen aansporen in actie te komen of helpen hun talenten te verzilveren. Zij gaan het probleem niet voor de mensen oplossen, maar met hen.
De hulpvrager moet evenals de weduwe uit het Bijbelgedeelte zelf op pad gaan. Als diakenen  of andere helpers kunnen we met hen meelopen.
Dat is de functie van het diaconaat, mensen niet afhankelijk maken van barmhartigheid, maar mensen of groepen mensen zo faciliteren dat zij hun eigen problemen kunnen oplossen. Mensen zo weer op de been zetten, is recht doen aan hun menswaardigheid. Het geeft voldoening, zelfrespect en nieuwe kracht aan die mensen en dat ze het uiteindelijk zelf hebben gedaan.
De helper raakt buiten beeld. Hij/zij is ook niet meer belangrijk, hij/zij gaat weer verder om te kijken wie er verder op zijn levensweg komt.

Dit gedeelte uit de Bijbel leert ook dat het er niet toe doet of er veel of weinig in huis is. Evenals bij geschiedenis van de vijf broden en twee vissen kan God van weinig, veel maken. Geloof dat God wonderen kan doen als het in onze ogen als niets lijkt of ontoereikend. Denk ook in deze dingen groot van God en Zijn mogelijkheden.

Wim van Ree, diaconaal consulent.